|
|
Een tak van de familie Marres
|
Gevelsteen De Blauwe Hond |
*
Bartholomeus Servatius MarresBartholomeus Servatius Marres, 1752-1817, zien we als de stichter van de laatste stadstak van de in Maastricht gebleven familieleden. De hoofdtak was in het jaar 1710 naar Biesland gegaan, uit die tak stammen alle leden van de huidige familie Marres. Bartholomeus Servatius was de laatste brouwer in de brouwerij De Blauwe Hond. In 1782 was hij benoemd tot molenmeester van de brouwers voor Luikse zijde waarbij hij de taak had de accijns bij de bakkers te innen. Vanaf 1792 tot de opheffing van de gilden in 1796 was hij ook markmeester van het brouwersambacht. Na de komst van de Fransen in 1796, toen Maastricht een Franse stad geworden was, beëindigt hij de brouwerij en aanvaardt de functie van onderdirecteur van de Genie. Hij woont dan op de Grote Markt 32 tegenover het stadhuis en wordt in 1801 vermeld als handelaar in gedistilleerd. Daarna woont hij in de Bogaardestraat waar hij op 13 maart 1817 is overleden. Bartholomeus Servatius huwt Maria Catharina van Gulpen en zij hebben, buiten drie jong overleden kinderen, vijf kinderen die de volwassen leeftijd bereiken: 1. Wilhelmus Egidius Marres, geboren in 1781, trouwt Catharina Isabella de Winter, uit Antwerpen en vestigt zich daar, hij wordt ambtenaar bij de douanen. Van hun is geen nageslacht bekend.
Hij is lid van het in 1822 opgericht genootschap La Société des Amis des Sciences, Lettres et Arts te Maastricht. Zo demonstreerde hij eens aan dit gezelschap een chemische analyse van een galsteen en het daarbij vrijkomende Cholesterol. (2) In 1843 is hij een van de organisatoren van een internationale botanische tentoonstelling in het gebouw van de vereniging in Maastricht waar vijf en veertig deelnemers tezamen 548 planten inzonden. België was onder meer vertegenwoordigd door de universiteitsklinieken van Leuven en Brussel. In 1859 neemt hij ontslag als apotheker en krijgt de titel van chemicus van de apotheek.
Binnentuin gesticht Calvariënberg Maastricht, Ph. van Gulpen, 1849 PâtisserieTilman (Tilmanus Joannes) Marres, 1789-1868, huwt in 1825 Joanna Maria Josepha Brewer en begint een pâtisserie in de Maastrichter Brugstraat, Zij hebben vijf kinderen:
* Firma H. Stassen - Marres
Firma H. Stassen-Marres - briefhoofd - 1936 .Tot in het midden 20e eeuw is de naam Marres van de oude stadstak uitgedragen door Maria Margaretha Hubertina Marres, 1833-1913. Zij was gehuwd met de groothandelaar in kolen, hout en bouwmaterialen, Eustachius Hubertus Stassen en zij was een zus van Louis. Dit echtpaar woonde in de Maastrichter Brugstraat maar hun koophandel lag aan de Maas. Toen Langs de Maas geheten, nu van Hasseltkade. Hun zoon handhaafde na haar overlijden de oude firmanaam.
Firma Stassen Marres Hout & Bouwmaterialen, Maastricht |
|
De Maastrichtse vestiging bleef bestaan tot de bouw van de nieuwe brug die in het verlengde van de Wilhelminasingel over de Maas is gebouwd waarvoor kaalslag is gedaan tussen de Maas en de Markt. Hierbij zijn ook hun gebouwen afgebroken. In 1931 werd aan de firma een bouwvergunning verleend voor nieuwbouw aan de Heerderweg. Zij hadden nog een tweede vestiging in Hoensbroek die door de houtleverantie aan de staatsmijnen voor steunhout voor nieuwe mijngangen en huizenbouw voor de mijnwerkers floreerde. |
Bij de rode streep ligt de firma. |
|
In 1933 kregen zij ook nog een bouwvergunning voor uitbreiding in Maastricht. |
|
|
|
Home |
Contact |