Charter goed van Boxberch anno 1403 |
Lakenfabrikanten
|
Charter drie gebroeders Marres anno 1525 |
De StamvaderGENERATIE IMorech of Morees In het cijnsboek van het Gasthuis van Tongeren vinden we de eerste vermeldingen van onze stamvader. In het jaar 1388 en 1389 wordt een afdracht van de jaarlijkse cijns vermeld wegens landbezit te Zussen. Dit wordt gedaan door Morees wive, zijn vrouw dus. We weten niet waarom hij dat zelf niet deed. Het is een jaarlijkse afdracht van 2 vaten rogge. Onze oudste stamvader wordt met slechts één naam aangeduid. Was dit zijn persoonsnaam die later de familienaam werd? Hij leefde in de tijd dat familienamen in deze streek ontstonden. (1) |
|
Item ghehawen van Morees wive
|
|
|
Vriman is waarschijnlijk een andere benaming voor stuiver. Deze munt wordt in het register twee keer vermeld. |
|
In het begin van de vijfiende eeuw leven er meerdere naamgenoten in Maastricht, zoals Lambrecht Marres, die benoemd wordt tot gouverneur van de ooftmengers en hoveniers in 1419 en Paul Marres, die meerdere malen benoemd is tot gouverneur der ververs en lakenscheerders in 1416, 1421 en 1423. N.B.: Arnold Nivelle uit Riemst danken wij voor het verschaffen van de gegevens uit het Stadsarchief van Tongeren in België en de hulp die hij bood bij de interpretatie van de teksten. GENERATIE IIJohan Marres I Morechs sone wordt in het jaar 1399 als landeigenaar in de Vroenendaal te Zussen vermeld. Hij wordt in 1403 Hennen Morees van Susschen genoemd. Zijn land grenst aan dat van joffer (jonkvrouwe) Lisebeth van Vrolingen. In 1403 koopt hij daar het goed Boxberg, voormalig bezit van de ridders van Boxberch. Het charter van overdracht is verloren gegaan. In het stadsarchief van Tongeren bevinden zich wel nog twee afschriften. Er wordt een aantal landerijen opgesomd die als zekerheid worden gesteld voor de jaarlijkse cijnsbetalingen aan het Gasthuis van Tongeren. Dit is te lezen bij Charters Marres. In het eerste afschrift heet hij Hennen Morees, in het tweede Hennen Moeris en Moeres. Hennen zien we als een alias van Johan, zoals Hannes. De roepnaam Hennen komt ook voor in de eerste zijtak Charter van overdacht van het goed te Zussen op 6 juli 1403
Op de goederen lag de verplichting van een jaarlijkse afdracht van 5 mud rogge aan het Sint Jacobs Gasthuis te Tongeren. In het register vinden we vermeldingen van afdrachten door Hennen Marres tot 1427. Na zijn overlijden in 1429 door Jan Mees tot 1547, dan de weduwe Mees tot 1473, weer een Johan Mees tot 1588 daarna weer een weduwe Mees tot 1495. In het jaar 1500 is Johan Tertres de eigenaar. (2) |
|
Nobeltien van Zussen was in 1391 pachter van het goed van Boxberch. Hij herstelt het huis en plaatst een nieuw dak en verrekent de onkosten met de toenmalige beheerster joffer Lisebet van Vrolingen. In 1454 wordt een Heynen Nobilite alias Morees burger van Maastricht. |
|
|
Een Johannes, zoon van Theodericus Morees de Embems, tegenwoordig (Eben-Emael), wordt op 27 april 1461 Maastrichts burger en opgenomen in het het Smedenambacht. Beiden kunnen geen familieleden zijn, althans hoogstens verre verwanten, want de familie Marres had van oudsher, hoewel zij bezittingen hadden in Zussen en daar in de veertiende eeuw zeer waarschijnlijk ook woonachtig waren, vanaf het begin het Maatsrichts burgerrecht. (3)
Kaart van de zuidwestelijke regio van Maastricht |
|
Zussen is nu een van de drie kernen van de Belgische gemeente Zichen, Zussen, Bolder. Deze gemeente ligt aan de taalgrens, ongeveer acht kilometer ten zuidwesten van Maastricht. Heukelom ligt iets noordelijker in het graafschap de Vroenhof, dat bij Maastricht behoort. Johan Marres lijdt schade tijdens de Luikse burgeroorlog, 1407 - 1408. De stad Maastricht blijft zijn heer de Luikse prins-bisschop trouw en steunt hem in de strijd tegen de opstandelingen. Die worden bij Othé verpletterend verslagen. Burgers van Maastricht die als leden van de stadsweerbaarheid aan de strijd hebben deelgenomen kunnen meedelen in de herstelbetalingen die de magistraat voor haar steun aan de bisschop vraagt.
Johan is enige tijd voor 11 maart 1429 overleden want op die datum is, blijkens een oorkonde van het kapittel van Sint Servaes te Maastricht, land te Zussen dat afkomstig is uit zijn nalatenschap in het bezit van Johan Pennen. (5) De kinderen van Johan Marres I (generatie II)
* GENERATIE IIIJohan Marres II Johannes (Hanssen, Bartholomeus) Marres (Mees, Morees, Moree) van Heukelom, bezat de hof te Susschen en wordt daar vermeld van 1420 tot 1454, hij woonde te Heukelom (1431) treedt op namens zijn broer Gerard en zusters Grieten, Gertrudis en Heylwigis tegen Arnold van Spouden, 1431. (11) Hij wordt Johannes Mees de Hoekelem genoemd in 1431, † na 1454, tr. Heylwigis. Zijn kinderen zijn nergens vermeld. Onderstaand kind kan ook van Gerard of Reyner zijn:
* GENERATIE IVJohan Marres III Johan Marees wordt in 1457 en 1467 beide malen voor de gebruikelijke termijn van twee jaar evenals zijn vermoedelijke oudoom Paul Marres, benoemd tot gouverneur van het Lakenscheerdersgilde van Maastricht. (14) Hij is zowel producent als handelaar want blijkens een cijnsregister uit het jaar 1462 heeft hij bezittingen op de Houtmarkt. (15) In 1471 is Johan hoofdman oftewel kapitein van de burgerij tussen de Hochter- en de Huigenpoort. Een ordonnantie op de schutten van 1457 stelt hem 3 boogschutters en één busschutter, ook wel klovenier of donder genoemd, ter beschikking. Lid zijn van de Weerbaarheid van de stad was destijds een burgerplicht. Johan was in zijn wijk daar het hoofd. (16) Zijn verdiensten belegt hij in huizen. In 1485 koopt hij een huis in de Reyenstraat te Maastricht (17). Vijf jaar later koopt hij daar nog een tweede huis. Hij sterft kort voor 24 januari 1495 (18). * |
GENERATIE VReyner Marres Reyner Marees, van Heukelom, zoon van Jan Marres, koopt vanaf 1498 akkerland te Heukelom. Hij erft land in naburige dorpen als Vlijtingen en Sichen maar verkoopt dit. (19) Hij is evenals zijn vader koopman. Hij heeft vier zonen, Matthijs, VIa, Laurens, VIb, Reyner, VIc, en Jan. Allen uitgezonderd Laurens worden in het hierna te bespreken Charter Marres genoemd als gezeten, gegoede en geërfde kooplieden. Laurens zal dus geen koopman geweest zijn. Zij volgen als generatie VI |
Koopmansechtpaar omstreeks 1530 |
|
* GENERATIE VIMatthijs Marres, VIa noemt zich vaak Matthijs Vulgraeff. Ook hij wordt vermeld als koopman in het charter van 1526. Hij bezit nogal wat land in de Vroenhof. Hij bewoont in Heukelom een hofstede aan de Cromsteeg. Zijn zoons nemen zijn aliasnaam Volgraaf als definitieve familienaam aan. (24) Een van zijn zoons die ook Matthijs heet, en geboren werd omstreeks het jaar 1546 heeft ook afnemers Noord Nederland o.a. in Utrecht. Hij vestigt zich na het overlijden van zijn vader omstreeks 1580 in Dordrecht en blijkt dan protestant geworden te zijn. Hij wordt daar lidmaat van de Waals Hervormde kerk. Hij is de stamvader van het Laurens Marres, VIb, woont in het dorp in de Cromsteeg. Zijn hof ligt tegenover de hof van Thibalt van Eynatten, de heer van Heukelom. (21) Hij bezit land in naburige dorpen en heeft een huis in de stad in de Begardstraat. (22) Hij wordt niet genoemd in het charter en is dus zeer waarschijnlijk geen koopman. Hij overlijdt vóór 10 jan. 1562 en laat een zoon Reyner na, die huwt met Aeght Beckers. Zijn weduwe hertrouwt Jan lenssen (23). Jan Marres VI, wordt als koopman in het charter van 1526 als een van de drie broers genoemd en kocht in 1535 een "goedje" in de Witmakersstraat te Maastricht. (20) Zonder nakomelingen is hij voor 1544 overleden. |
|
* * * Van de broers Matthijs, Jan en Reyner Marees van Heukelom is dit charter van de Maastrichtse schepenbank uit 1526 bewaard gebleven. Het is een vrijbrief waarin vermeld wordt dat de gebroeders gezeten, gegoede en geërfde kooplieden zijn, die in diverse landen handel drijven en die als Maastrichtse burgers in geheel Brabant vrijgesteld zijn van belasting op goederenverkeer, en dat zij dit steeds ongevraagd dienen te verkrijgen. Dit charter zal hard nodig zijn geweest in de toenmalige onrustige tijden. Het was in de tijd van de Gelderse oorlog, waarin rondzwervende groepen, onregelmatig of niet betaalde, soldaten door roof aan hun soldij moesten komen. Tevens ging er een golf van stedelijke oproer door de Nederlanden als reactie op de centralistische politiek van Karel V. Het was een tijd waarin de autoriteiten ook zeer op hun hoede moesten zijn voor fanatieke elementen als religieuse predikers, Luthersen en Wederdopers. (25) Het Charter Marres
Charter betreffende de vrijhandel van Matthijs, Jan en Reyner Marres
TranscriptieWier scoutet ende scepenen shoofs van lenculen geheiten vroenhoff toebehoerende onssen heer den keyser als hartoech van brabant met namen claes daems scoutet johan van eynatten claes daems voerss arnt van bunde herman van overbunde frans scaert jan clut ende arnt theus scepenen doen cont ende certificeeren allen amptluyden richteren scoutitten scepenen burgemeesteren rentmeesteren tolleneren ondersaten ende allen anderen geseten onder eynigen van den landen ons voerss genedigen heeren dien dat aengaen mach dat deese navolgen personen met namen thys marees jan marees ende reyner marees van hoekelom alle ondersaten vanden voerss vroenhoff onder onss voerss genedigen heer geseten geguet ende geerft ende syn coupluyde van veele diverse comenscapen ouch in diversen landen hanterende ende honne comenscapen doende ende om dan franck ende vry te wandelen inden landen van onss genedigen heer soe begeeren wyr scoutet ende scepenen ons voerss genedichsten heeren aen allen heeren ende vorsten ende vort aen allen iusticieeren amptluyden gerichten tolleneren dat sy die voerss persoenen als ondersaten des hartoechdoms van brabant met honnen comenscapen laten vry wandelen keeren passeeren ende verkeeren te water ende te lande by daege ende ouch by nacht los ende vry sonder eynigen tolle oft ongelt vanden selven te nemen in eyniger manieren volgende der vriheit die dat lant van brabant ende ondersaten desselven lants daer van hebben ende gebruyken ende gebruyct hebben over voel jaeren op dat den selven onssen ondersaten egeene noode en sy dat voirder te claegen ten onderhouden vander voerss vriheit daer van dat sy in vrederlyker possessien ende gebruyck syn geweest ende noch huyden by daege syn soe wyr verstaen in orconden der waerheyt soe hebben wyr scoutet ende scepenen voerss inden meesten getaele van ons ende voer die andere onsse siegelen hyr onder aen gehangen gegheven int jaer ons heeren duysent vyffhondert seesendetwintich den achden tach van augusto. (26) * * * |
GENERATIE VIcReyner Marres Reyner woont aan de Cromsteeg te Heukelom op de grote familiehof die naast de hof van de heren van Heukelom, de familie van Eynatten, ligt. Hij is een van de drie kooplieden Marres die in het charter Marres staan vermeld. Uit hem stammen de takken Marres en Mares. Hij heeft zes kinderen blijkens het feit dat zijn nalatenschap in zes porties wordt verdeeld. Van vijf zijn de namen bekend. De zonen Jan, Matthijs en Nelis en de dochters Marien en Marie. Van één kind is de naam noch het erfdeel bekend. Zeer opmerkelijk is dat de naam Reyner in de rij ontbreekt terwijl die toch in elke generatie voorkomt. De oudste zoon is Jan genoemd, naar zijn grootvader van vaderszijde, de tweede zoon zal naar de grootvader van moederszijde zijn genoemd, die moet dus Cornelis geheten hebben, de daarop volgende zoon draagt de gangbare familienaam Matthijs. Zijn kinderenJohan Marres vestigt zich te Meer en heet sindsdien Jan Marres van Meer. Uit zijn huwelijk met Francisca Scholtete spruit een kleine tak die uitsterft met zijn kleinzoon Jan Marees, die schepen was van Meer en Bolder van 1628 tot 1667. Deze heeft slechts één kind Margaretha Marees, die Engel Smets huwde. Deze volgt zijn schoonvader na diens overlijden in 1667 op als schepen van Meer en Boler. (27) Matthijs Marres, volgt generatie VIIc. Nelys Marres, sterft ongehuwd kort voor 12 november 1556. Marien Marres huwt in of vóór 1558 Ghiel Meyers, landeigenaar te Zussen. Marie Marres huwt in of vóór 1561 Bolle Hans Stassen van Riemst. Reyner Marres, volgt generatie VIIa. Deze naam ontbreekt bij de verdeling van vaders nalatenschap. Die wordt in zes parten verdeeld, maar van alleen vijf kinderen is de naam bekend. De naam Reyner is de enige naam die ontbreekt terwijl die toch in elke generatie voorkomt.
* GENERATIE VIIcMatthijs Marres Matthijs Marres erft de voorvaderlijke hoeve van zijn ongehuwde oom Matthijs en wordt zeer oud. Hij overlijdt te Heukelom op ruim tachtigjarige leeftijd kort voor 28 mei 1613. (28) Matthijs Marres krijgt twee zoons Reyner en Nicolaas. Beiden verlaten op jong volwassen leeftijd Heukelom en vestigen zich weer in Maastricht. Reyner Marres koopt daar in 1587 een huis op de Kleine Gracht en Nicolaas, (gen. VIII), koopt in 1591 het huis De Valk op de Tweebergerstraat. Dit huis zal tot ver in de achttiende eeuw in familiebezit blijven. Reyner Marres krijgt alleen slechts één dochter, Eva. Zij wordt na het overlijden van haar echtgenoot, Lenardt Walsenius, de eerste Brouwer van de familie Marres. Nicolaas Marres, die soms ook met het alias Volgraaf vermeld wordt is de stamvader van het: |
|
Laatste bewerking: |
Webbeheerder: Boed Marres. |